Nieuws

Grote Woononderzoek: Vlaanderen verappartementiseert

Meer appartementen gebouwd dan ééngezinswoningen

Het aandeel meergezinswoningen stijgt stelselmatig naargelang de bouwperiode. In de meest recente periode (na 2000) zijn voor het eerst meer appartementsgebouwen gebouwd dan ééngezinswoningen. Appartementen zijn dus vaak jonger dan ééngezinswoningen: 53% van alle appartementsgebouwen is opgericht na 1980, inclusief 28% na 2000. 

 

Populair op private huurmarkt én koopmarkt

51% van de meergezinswoningen was in 2013 een private huurwoning. De private huurmarkt heeft zich meer dan ooit tevoren gericht op appartementen: 74% van de private huurwoningen in 2013 was een appartement. Maar ook op de koopmarkt neemt het aandeel van de appartementen toe: tussen 2001 en 2013 is het aandeel van de appartementen in het totaal aantal eigenaarswoningen bijna verdubbeld (van 8 naar 15%).

Voor jong en oud

Deze verschuivingen worden onder meer verklaard door de toenemende interesse in appartementen bij personen van middelbare leeftijd. Voor ouderen en jongeren was het wonen in een appartement reeds sterk ingeburgerd. 35% van de personen met een leeftijd tussen 45 en 64 jaar verblijft in een appartement. De onderzoekers reiken hiervoor diverse verklaringen aan: het toenemend aantal echtscheidingen, wijzigende woonvoorkeuren, … De meergezinswoning blijft wel hoofdzakelijk het woningtype voor alleenstaanden en éénoudergezinnen.

Onderdeel van woonladder

Opvallend is dat de meer recente meergezinswoningen voornamelijk door eigenaars worden bewoond (53% vs. 35% door private huurders en 11% door sociale huurders). Dit kan wijzen op een aantal fenomenen, zoals toenemende verhuis door ouderen uit te grote ééngezinswoningen naar aangekochte appartementen. Let wel, 72% van de 65-plussers blijft wonen in een ééngezinswoning. Een andere verklaring is de opkomst van een appartement in eigendom als onderdeel van de woonladder : jonge koppels kopen daarbij in toenemende mate eerst een appartement als opstap naar de aankoop van een ééngezinswoning en segmenteren zo hun ‘wooncarrière’.

Toename in landelijk gebied

Qua ruimtelijke verdeling is vooral de toename van het aantal appartementsgebouwen in forenzenwoonzones en meer landelijk gebied opvallend. Het aandeel is hier meer dan verdubbeld. De relatieve toename in de steden is veel minder uitgesproken, maar het nominaal aantal gecreëerde woongelegenheden blijft natuurlijk omvangrijk. 60% van de recente meergezinswoningen is gebouwd in de forenzenwoonzone en buiten de stedelijke leefcomplexen. Het resultaat van deze tendensen is dat in 2013 54% van de meergezinswoningen zich in de centrale steden en de agglomeratie errond bevond. In 2001 was dat nog 64%. Buiten de centrale steden worden overigens meer duplexappartementen en maisonnettes gebouwd.

Bron: CIB